Eetstoornissen zijn psychische aandoeningen waarbij eten, gewicht en lichaam een grote rol spelen. Deze kennisplaat geeft een overzicht van hoe eetstoornissen werken, hoe je ze herkent en welke vormen er zijn.

Eetstoornissen staan zelden op zichzelf. Ze hangen vaak samen met thema’s zoals zelfbeeld, emotieregulatie en de behoefte aan controle. Gedachten en overtuigingen spelen hierbij een grote rol: hoe iemand naar zichzelf kijkt, kan invloed hebben op gedrag rondom eten en lichaam. Binnen de psychologie wordt gekeken naar deze samenhang tussen denken, voelen en doen.
Ook zijn er duidelijke verbanden met andere onderwerpen op dit platform. Zo zie je bij ADHD en autisme vaak dat prikkelverwerking, rigiditeit en behoefte aan controle invloed kunnen hebben op eetgedrag. Lees daarover meer binnen de thema’s ADHD en autisme. Daarnaast overlappen eetstoornissen regelmatig met patronen die je ook ziet bij verslaving, zoals dwangmatig gedrag, terugval en het zoeken naar controle of verdoving.
Eetstoornissen hebben ook een sterke relatie met normaal eetgedrag. Thema’s zoals honger, verzadiging, eetbuien en cravings kunnen een rol spelen in het ontstaan en in stand houden van klachten. Meer hierover vind je binnen het thema eetgedrag.
Voor veel mensen spelen ook onderliggende factoren mee, zoals stress, trauma, prestatiedruk of sociale invloed. Dit maakt dat een eetstoornis niet alleen gaat over eten, maar over een breder geheel van lichamelijke, mentale en sociale processen. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar gedrag te kijken, maar ook naar wat eronder ligt.
Herstel vraagt tijd en is voor iedereen anders. Inzicht in hoe een eetstoornis werkt en welke factoren een rol spelen, kan helpen om meer grip te krijgen op het proces en passende ondersteuning te vinden.

De informatie op deze kennisplaat is gebaseerd op een combinatie van wetenschappelijke inzichten, klinische richtlijnen en ervaringsverhalen.
Voor de basis is gebruikgemaakt van internationale richtlijnen en diagnostische criteria, zoals de DSM-5 van de American Psychiatric Association en behandelrichtlijnen van onder andere het National Institute for Health and Care Excellence (NICE) en het Trimbos-instituut. Deze bronnen beschrijven hoe eetstoornissen worden herkend, hoe ze ontstaan en welke behandelingen effectief zijn.
Daarnaast is gebruikgemaakt van wetenschappelijke modellen en onderzoek naar eetstoornissen, onder andere op het gebied van cognitieve gedragstherapie, neurobiologie en emotieregulatie. Bekende onderzoekers zoals Fairburn en Treasure hebben hier belangrijke bijdragen aan geleverd, bijvoorbeeld in het begrijpen van de rol van gedachten, gedrag en onderliggende mechanismen.
Om de kennis aan te vullen en beter te laten aansluiten bij de praktijk, zijn ook inzichten meegenomen uit boeken en ervaringsverhalen, zoals The Anatomy of Anorexia van Anna Bridges en Mama, waarom eet jij niet mee? van Mignon van Bruggen. Deze geven inzicht in hoe een eetstoornis van binnenuit wordt ervaren.
Ook zijn verschillende podcasts en gesprekken met professionals en ervaringsdeskundigen gebruikt, zoals First EETcast, Gezond Gesprek met Eric van Furth, De Podcast Psycholoog en Psyfar – Pillen & Praten. Deze helpen om de vertaalslag te maken van theorie naar herkenbare situaties uit het dagelijks leven.
Deze informatie is bedoeld ter educatie en verduidelijking en is niet bedoeld als diagnose of als vervanging van professionele zorg.