Twijfel je of je een g of ch moet schrijven? Dan gebruik je de strategie van de kortste vorm.
Maak het woord zo kort mogelijk zonder dat de betekenis verandert. Eindigt de kortste vorm op een g? Dan schrijf je een g. Eindigt de kortste vorm niet op een g? Dan schrijf je ch.
Bijvoorbeeld:
vliegen → vlieg → g
lucht → luchten → niet eindigen op g → ch
Door het woord korter te maken, hoor je beter welke klank je echt schrijft. Deze strategie helpt vooral bij woorden waarin je een /g/ hoort, maar niet zeker weet of het een g of ch is.
Let op: er zijn uitzonderingen waarbij je een /g/ hoort, maar ch schrijft, zoals:
ach
och
pech
joch
juich
lach
kuch
De kortste vorm geeft structuur bij het toepassen van deze spellingregel. In combinatie met andere strategieën helpt dit leerlingen met dyslexie om minder op gevoel en meer systematisch te schrijven.

Wil je deze kennisplaat printen of offline bekijken?
-> Bekijk of download de kennisplaat "schrijf je een g of ch?" voor dyslexie (PDF)