Passé composé – Voltooide tijd in het verleden (met hulpwerkwoord)

De passé composé is een veelgebruikte verleden tijd in het Frans. Je gebruikt deze tijd om te vertellen wat er is gebeurd of wat iemand heeft gedaan.

 

De passé composé bestaat uit:
onderwerp + hulpwerkwoord (avoir of être) + voltooid deelwoord.

 

De meeste werkwoorden gebruiken avoir. Werkwoorden van beweging en wederkerende werkwoorden gebruiken meestal être. Bij être past het voltooid deelwoord zich aan aan het onderwerp (vrouwelijk en meervoud).

 

Op deze kennisplaat zie je:

  • de opbouw van de passé composé
  • de vervoeging van avoir en être
  • de vorming van het voltooid deelwoord
  • voorbeelden met regelmatige en onregelmatige werkwoorden
Kennisplaat Frans passé composé met avoir en être en voltooid deelwoord

 

Downloaden

Wil je deze kennisplaat printen of offline bekijken?

 

-> Bekijk of download de kennisplaat verledentijd passé composé  (PDF)

Bekijk ook:

Present

Kennisplaat Frans voor de regelmatige werkwoorden (-er, -re, -ir)

Voorzetselregel

Kennisplaat Frans voorzetselregel à en de met au aux du des overzicht