De passé composé is een veelgebruikte verleden tijd in het Frans. Je gebruikt deze tijd om te vertellen wat er is gebeurd of wat iemand heeft gedaan.
De passé composé bestaat uit:
onderwerp + hulpwerkwoord (avoir of être) + voltooid deelwoord.
De meeste werkwoorden gebruiken avoir. Werkwoorden van beweging en wederkerende werkwoorden gebruiken meestal être. Bij être past het voltooid deelwoord zich aan aan het onderwerp (vrouwelijk en meervoud).
Op deze kennisplaat zie je:

Wil je deze kennisplaat printen of offline bekijken?
-> Bekijk of download de kennisplaat verledentijd passé composé (PDF)