Werkwoordspelling is een belangrijk onderdeel van Nederlands in het voortgezet onderwijs. Toch vinden veel leerlingen het lastig om snel te bepalen of je een werkwoord schrijft met -t, -te, -de, -ten, -den of als voltooid deelwoord.
Op deze kennisplaat over de basisprincipes van werkwoordspelling zie je overzichtelijk hoe je de stam van een werkwoord bepaalt, hoe je de tegenwoordige tijd schrijft en hoe je de verleden tijd en het voltooid deelwoord controleert met ’t kofschip. De uitleg is geschikt voor leerlingen van vmbo, havo en vwo die werkwoordspelling willen herhalen, oefenen of voorbereiden voor een toets.

Deze kennisplaat helpt leerlingen om de belangrijkste regels van de Nederlandse werkwoordspelling overzichtelijk bij elkaar te zien. Door eerst de stam te bepalen en daarna te kijken naar de tijd van de zin, wordt duidelijker welke uitgang bij het werkwoord hoort.
De kennisplaat kan gebruikt worden bij het leren voor een toets, bij extra uitleg in de klas of als hulpmiddel tijdens het oefenen met werkwoordspelling. Vooral de combinatie van stam, persoonsvorm, tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord en ’t kofschip maakt deze uitleg handig als basisoverzicht.