Verleden tijd

De verleden tijd gebruik je om te vertellen wat er al gebeurd is.
Bij werkwoorden in de verleden tijd verandert de vorm van het woord. Soms krijg je een -de, soms een -te, en bij meervoud vaak -den of -ten.

Op deze kennisplaat zie je hoe werkwoorden in de verleden tijd worden gevormd en waar je op kunt letten om de juiste spelling te kiezen.

Kennisplaat verleden tijd
download knop verledentijd

De verleden tijd is een belangrijk onderdeel van werkwoordspelling en hangt samen met hoe zinnen zijn opgebouwd. Door te begrijpen wat er in een zin gebeurt en wanneer iets plaatsvindt, wordt het makkelijker om de juiste vorm van het werkwoord te kiezen. Werkwoordspelling staat niet los van andere onderdelen van taal. Denk bijvoorbeeld aan grammatica en zinsbouw, waarbij je leert hoe woorden in een zin samenwerken. Dit helpt om beter te begrijpen waarom een werkwoord een bepaalde vorm krijgt.

 

Bekijk ook de pagina over hulpmiddelen als je behoefte hebt aan meer structuur bij taal en spelling.

 

Daarnaast kunnen concentratie en informatieverwerking invloed hebben op spelling. Bij thema’s zoals ADHD of autisme kan een vaste en duidelijke opbouw helpen om minder fouten te maken en meer rust te ervaren tijdens het schrijven.

Meer weten?